PRRS: optimaliseer de bioveiligheid en het vaccinatieschema

Inzake PRRS is er jammer genoeg geen pasklaar ideaal vaccinatieschema voorhanden. Dit steunt immers op eigen ervaringen en is regio-gebonden. Hoe dan ook kan vaccinatie in geen geval een goed management met adequate bioveiligheidsmaatregelen vervangen.

Het toepassen van goede bioveiligheidsmaatregelen is essentieel om PRRS-insleep van buiten het bedrijf (externe bioveiligheid) te reduceren. Voor PRRS schuilt het grootste risico in de aankoop van geïnfecteerde gelten en sperma.

Best 8 tot 12 weken quarantaine

Het is belangrijk om de aangekochte gelten minstens 6, en nog beter 8 tot 12 weken in quarantaine te houden, vooraleer deze te introduceren in de zeugenstapel. Dit laat toe om eventuele infecties tijdig op te sporen en de gelten te vaccineren. Een quarantainestal is bij voorkeur gescheiden van het bedrijf, hanteert een all-in/all-out principe en wordt gereinigd en ontsmet tussen de verschillende leveringen van fokmateriaal.

Ook het aankopen van PRRS-vrij sperma (van een PRRS-vrij KI-centrum of na PCR-controle) kan het risico op insleep beperken. Het hanteren van het vuile-propere weg principe is eveneens aangewezen. Ook binnen het bedrijf (interne bioveiligheid) moet de verspreiding van het virus zoveel mogelijk worden voorkomen.

Uit de opvolging van de Biggenmonitor weten we dat een derde van de biggen reeds in de kraamstal met PRRS-virus wordt besmet. Een goed kraamstalmanagement is dus onontbeerlijk om de virusoverdracht te beperken.

10 basisprincipes voor een goed kraamstalmanagement

  1. Verleg zo weinig mogelijk biggen
  2. Indien u verlegt, zorg ervoor dat de biggen voldoende biest (met antistoffen) van de moederzeug opnemen. Verleg pas ten vroegste na 12 uur en niet meer na 2 dagen na de geboorte (tepelrangorde)
  3. Alternerend zuigen is een alternatieve (maar arbeidsintensieve) aanpak om overtallige biggen op te vangen. Dit kan reeds tijdens het werpproces en/of na de geboorte. De toom wordt hierbij in twee groepen verdeeld. Eén groep wordt max. 2-4 uren (met externe warmtebron) van de zeug gescheiden zodat de andere helft van de toom biest/melk kan opnemen
  4. Verleg geen zieke biggen of achterblijvers, maar enkel gezonde dieren
  5. Verleg enkel biggen binnen één compartiment en niet tussen compartimenten/leeftijdsgroepen
  6. Euthanaseer de zieke biggen
  7. Manipuleer de biggen zo weinig mogelijk
  8. Gebruik apart materiaal en kledij in de kraamafdeling
  9. Gebruik bij biggenbehandelingen aparte naalden per toom
  10. Reinig en ontsmet de kraamafdeling na elke ronde.

Kosten afwegen

In de praktijk worden diverse schema’s bij de zeugen toegepast. Als het vaccinatieschema wordt aangepast, is het belangrijk om een kosten-batenanalyse te maken om mogelijke verbeteringen in de technische kengetallen en mogelijke extra vaccinatiekosten tegen elkaar af te wegen.

Meer weten?

Bron: Persartikel van de hand van Sarah De Smet (Varkensloket), Ellen de Jong en Tamara Vandersmissen (DGZ) n.a.v. de workshop ‘PRRS: de aanpak begint bij monitoring’.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *