71% van Europese consumenten zou nu toch vlees van immunocastraten accepteren

Opvallende conclusie uit een ILVO-enquête in het kader van een Europees netwerk (COST IPEMA) rond alternatieven voor biggencastratie bij 4.700 Europese consumenten in 16 landen: op voorwaarde dat ze geïnformeerd worden over het vaccin en waarom het toegepast wordt, zou 71 procent van de Europese consumenten het vlees van immunocastraten accepteren.

De Europese varkenssector engageerde zich om vanaf 2018 te stoppen met onverdoofd. Op voorwaarde weliswaar dat een aantal praktische en economische knelpunten bij het werken met intacte beren, immunocastraten of het toepassen van verdoving en/of pijnbestrijding opgelost zouden worden. Intussen is de deadline verstreken en worden in een aantal Europese landen, waaronder Vlaanderen, in mindere of meerdere mate intacte beren gehouden. Als één van de enige regio’s in Europa maakte Vlaanderen bovendien ook deels de overstap naar immunocastratie.

Maar in andere landen staat men nog maar aan het begin van de zoektocht naar haalbare alternatieven. Om het delen van kennis en ervaringen binnen Europa te bevorderen, werd de COST IPEMA-actie in het leven geroepen. Daarin werden kennis en standpunten uitgewisseld op vlak van voeding, welzijn, genetica, reductie en detectie van berengeur, vleeskwaliteit en consumentenacceptatie. De belangrijkste lessen werden afgelopen week gepresenteerd in een online slotconferentie.

Nieuwe Deense instrumentele detectiemethode van berengeur

Een belangrijke randvoorwaarde voor de varkenssector om over te schakelen naar intacte beren, was de ontwikkeling van snelle detectiemethoden voor berengeur in slachthuizen. Op dat vlak is veel vooruitgang geboekt. Sensorische detectie van berengeur door mensen wordt al met succes toegepast in slachthuizen over heel Europa. Blijvend aandachtspunt daarbij is echter de selectie en training van de ‘neuzen’. Daarom is het goed nieuws dat recent in Denemarken een instrumentele detectiemethode ontwikkeld werd voor skatol en androstenon, twee chemische componenten van berengeur. Marijke Aluwé (ILVO): “Deze methode ziet er veelbelovend uit en zou voor een versnelling kunnen zorgen in de omschakeling naar intacte beren.”

Vermijden berengeur via management en genetica

Om berengeur bij intacte beren te vermijden, zijn voederstrategieën en management gericht op het reduceren van stress succesvol. Ook genetische selectie is mogelijk en kan het eenvoudigst toegepast worden bij de berenlijn. Een aantal ‘laag-berengeur-lijnen’ zijn al op de markt gebracht. Test een karkas aan de slachtlijn toch positief op berengeur, dan is inmenging van het vlees in verwerkte vleeswaren mogelijk. Tot 50 procent in sommige producten, al dan niet in combinatie met de juiste manier van kruiden of roken.

Uitdagingen op vlak van vleeskwaliteit bij intacte beren

Vlees van intacte beren is magerder, het vet meer onverzadigd en dus zachter dan dat van bargen (gecastreerde mannelijke varkens). Daardoor is het minder geschikt voor bepaalde vleeswaren, zoals gedroogde hammen. Bijsturen via aangepast voeder is tot op zekere hoogte haalbaar. Daarnaast is genetische selectie naar een hoger intramusculair vetgehalte noodzakelijk.

Agressief en seksueel berengedrag beperken

Om tot slot agressief en seksueel gedrag bij intacte beren te beperken, zijn onbeperkt voederen en huisvesting in stabiele groepen met voldoende ruimte en natuurlijke verrijking (verstrooiing) goede maatregelen. Om bovendien ongewenste vroege dracht te voorkomen, worden intacte beren best gescheiden van gelten. Selectie tegen ongewenst gedrag is mogelijk, maar is momenteel geen prioriteit in de veredelingsprogramma’s.

Prestaties immunocastraten

De vleeskwaliteit van immunocastraten vormt veel minder een uitdaging en ook de kans op berengeur is sterk gereduceerd. Door de tijdspanne tussen de 2de vaccinatie en de slacht te verlengen (6 à 7 weken i.p.v. 4 weken), kan de vleeskwaliteit nog verder bijgestuurd worden. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met de impact op de technische en dus ook de economische prestaties.

Acceptatie alternatieven bij consument hoog

De vaak geuite bezorgdheid in de varkenssector dat consumenten vlees van immunocastraten moeilijk zullen accepteren, wordt genuanceerd door een enquête afgenomen door ILVO in het kader van IPEMA bij 4.700 Europese consumenten in 16 landen. Ook 417 Belgische consumenten namen deel. Op voorwaarde dat ze geïnformeerd worden over het vaccin en waarom het toegepast wordt, zou 71 procent van de Europese consumenten het vlees van immunocastraten accepteren.

Immunocastratie is daarmee het tweede meest aanvaarde alternatief voor onverdoofde castratie, alleen castratie met verdoving en en/of pijnbestrijding doet het beter (aanvaardbaar voor 85 procent van de consumenten). Vlees van intacte beren is oké voor de helft van de consumenten (50 procent), maar vlees van onverdoofd gecastreerde varkens slechts voor een derde (32 procent).

Marijke Aluwé (ILVO): “Door deze resultaten rijst de vraag waarom de meeste Europese varkensvleesketens aarzelen om immunocastratie toe te passen. Meer inzicht in de houding van alle stakeholders en van de importerende landen is nodig. Ook de optie chirurgische castratie met verdoving en/of pijnbestrijding mag niet afgeschreven worden. Daarnaast kan nog een betere acceptatie verwacht worden van intacte beren als berengeurvrij vlees gegarandeerd kan worden door accurate detectiemethodes.”

Conclusie slotconferentie IPEMA

De belangrijkste conclusie tijdens de online slotconferentie van IPEMA was dat de verschillende alternatieven naast elkaar kunnen én moeten bestaan. Er zijn immers kwaliteitsverschillen tussen bargen, intacte beren en immunocastraten. Die verscheidenheid laat toe om in te spelen op de verschillende kwaliteitseisen op de markt. Marijke Aluwé (ILVO): “Een voorbeeld: voor hoog kwalitatieve Spaanse hammen zoals Iberico heb je vleesvarkens nodig van meer dan 140 kg, de kwaliteitsvereisten haal je niet met intacte beren.”

Om de alternatieven verder van de grond te krijgen in Europa, zijn nog inspanningen nodig. Onder meer de huisvesting, selectie, het management, de vleeskwaliteit en de voederstrategie bij intacte beren moet verder geoptimaliseerd worden. Een gezamenlijke aanpak door alle ketenpartners is noodzakelijk.

Meer info

Bron: naar ILVO – 23 september 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: