Aandachtspunten bij aangifte MAP 6-vanggewassen

Landbouwers met percelen in gebiedstype 2 en 3, die door MAP 6 verplicht een doelareaal moeten realiseren, moeten ten laatste op 31 oktober hun volledige teeltplan en de inzaaiperiode van hun vanggewassen vermelden in de verzamelaanvraag van het Departement Landbouw en Visserij.

De VLM zet ter zake volgende aandachtspunten op een rijtje.

Advertising

Geef  het volledige teeltplan correct aan

Het is uiterst belangrijk dat men het volledige teeltplan correct aangeeft in de verzamelaanvraag. Voor elk perceel dienen de voorteelt, de hoofdteelt en de nateelten correct aangeven te worden.

  • Hoofdteelt = teelt die op 31 mei verbouwd werd of de eerstvolgende teelt als op 31 mei geen teelt ingezaaid werd;
  • 1ste nateelt = eerstvolgende teelt (kan ook vanggewas zijn), ingezaaid na het oogsten van de hoofdteelt maar in hetzelfde kalenderjaar;
  • 2de nateelt = teelt (kan ook vanggewas zijn), ingezaaid na het oogsten of onderwerken van de 1ste nateelt maar ook nog in hetzelfde kalenderjaar. Die kolom wordt alleen ingevuld als er eerst een 1ste nateelt is verbouwd geweest.
  • Voorteelt = teelt die op het perceel stond voordat de hoofdteelt ingezaaid werd. De voorteelt kan in het vorige kalenderjaar ingezaaid geweest zijn en moest in dat geval in dat jaar als nateelt (1ste of 2de) opgegeven zijn.

Het vermelden van de correcte nateelten is heel belangrijk, omdat voor het realiseren van het doelareaal in gebiedstype 2 en 3, de volgende teeltcombinaties in aanmerking komen:

  • tijdelijk grasland (zonder nateelt);
  • hoofdteelten waarna uiterlijk 15 september een vanggewas ingezaaid werd;
  • niet-vroege aardappelen en mais waarna uiterlijk 15 oktober een vanggewas ingezaaid werd;
  • mais met onderzaai gras;
  • niet-nitraatgevoelige hoofdteelten gevolgd door een laagrisico-nateelt (bv wintertarwe na suikerbieten);
  • nitraatgevoelige hoofdteelten gevolgd door een wintergraan (alleen in 2019) (bv wintertarwe na mais, aardappelen, groenten, ..)

Vermeld de juiste inzaaiperiode

In het kader van de extra verplichting tot het inzaaien van vanggewassen in gebiedstype 2 en 3, moet men voor de vanggewassen de juiste inzaaiperiode opgeven. Dat is alleen nodig voor de vanggewassen, niet voor de laagrisico-nateelten en wintergranen. Vanggewassen zijn bijvoorbeeld gele mosterd en facelia, maar ook gras als nateelt.

Gebruik voor de inzaaiperiode volgende codes:

  • “VGV” voor een vroeg ingezaaid vanggewas, dat wil zeggen voor een vanggewas dat ten laatste op 15/9 werd ingezaaid;
  • “VGM” voor een vanggewas dat ingezaaid werd in de periode van 16/09 t.e.m. 15/10;
  • “VGL” voor een vanggewas dat pas ingezaaid werd na 15/10.

Wie moet aangifte doen?

De landbouwer die het perceel in gebruik heeft op 1 januari is verantwoordelijk voor de maatregel en het correct aangeven van het vanggewas met inzaaiperiode of de nateelt, ook al is het eventueel een andere landbouwer die het vanggewas of de nateelt inzaait.

Aanhoudperiode vanggewassen

Opgelet: om als vanggewas beschouwd te kunnen worden, moet het vanggewas aangehouden worden tot en met:

  • 15/10 op zware kleigronden
  • 30/11 op percelen in de leemstreek
  • 31/1 op de overige percelen

Bekijk op de VLM-website meer informatie over de vanggewasregeling klik maatregelen verplichte vanggewassen

Bron: VLM – 15 oktober 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: