AVP-zonering aangepast na Europees besluit

Een nieuw uitvoeringsbesluit van de Europese Commissie gestemd op 23 november 2018 heeft geleid tot een aanpassing van de zonering ingesteld n.a.v. de ontdekking van Afrikaanse varkenspest bij wilde everzwijnen in Etalle. Het FAVV benadrukt dat de beslissing ‘noch te wijten is aan een verslechtering van de toestand bij de wilde everzwijnen noch aan een verhoogd risico.’ Beklemtoond wordt tevens dat alle varkensbedrijven in België op dit moment vrij zijn van AVP.

Na de ontdekking van AVP in België op 13 september 2018 werd een ‘besmette zone’ van 63.000 ha afgebakend. Het ging om een voorlopig besluit dat op 30/11/2018 vervalt.

Advertising

Binnen deze ‘besmette zone’ heeft het Waals Gewest drie operationele Belgische deelzones afgebakend zoals we die nu kennen: de kernzone, de bufferzone en de versterkte observatiezone. Binnen elk van deze zones zijn specifieke maatregelen van toepassing.

Die ‘besmette zone’ werd inmiddels vervangen door twee aparte zones: zone I en zone II.
De ‘zone II’ wordt beschouwd als een hoge risicozone en stemt overeen met de huidige kern- en bufferzone (die behouden blijven op Belgisch niveau).
De ‘zone I’, waar het risico lager is, stemt overeen met de huidige ‘versterkte observatiezone’ in het zuiden (die ook behouden blijft op Belgisch niveau) die richting noorden werd uitgebreid met een nieuwe zone genaamd ‘bewakingszone’.

De ‘zone I’ (wat een unicum is wat betreft de Europese wetgeving) bestaat dus uit twee delen (in praktijk voor België) die de ‘versterkte observatiezone’ en ‘bewakingszone’ worden genoemd en respectievelijk in het zuiden en het noorden gelegen zijn. Deze laatste zone die verplicht is krachtens de Europese wetgeving die een perifere zone I oplegt, is echter minder risicovol is dan de versterkte observatiezone (VOZ) en werd enkel voor preventieve reden opgelegd door de EU.

Europese maatregelen in de zones I en II

Zone II (Binnenste zone, de hoge risicozone, komt overeen met de huidige Belgische ‘kern-‘  ‘bufferzone’)
Gedomesticeerde varkens:
Binnen deze zone verandert er niets aangezien er geen enkel gedomesticeerd varken meer te vinden is.

Zone I (Buitenste zone met een lager risico)
Deze zone I is op Belgische niveau opgedeeld in een ‘zone I Zuiden’ (= huidig Belgische versterkte observatiezone – VOZ) en een ‘zone I Noorden’ (nieuwe Belgische ‘bewakingszone waar er een lager risico is dan in de VOZ).

  • Zone I ‘Zuiden’ – VOZ
    Gedomesticeerde varkens: binnen deze zone verandert er niets aangezien er geen enkel gedomesticeerd varkens meer overblijft.
  • Zone I ‘Noorden’ – Bewakingszone (Nieuw) 
    Gedomesticeerde varkens: Er zijn 16 varkensbedrijven gelegen in de zone, waarvan slechts één bedrijf met een capaciteit van meer dan 1.000 vleesvarkens. Alle varkenshouders werden door het FAVV individueel op de hoogte gebracht van deze nieuwe situatie.
    Gedomesticeerde varkens – zullen niet preventief worden geslacht, zoals het geval was voor de varkens die aanwezig waren in de ‘besmette zone’, met inbegrip van de VOZ, waar het risico hoger blijft. 

    • Op nationaal niveau: er zijn geen bijkomende maatregelen van toepassing bovenop de wettelijke maatregelen die van toepassing zijn op het hele grondgebied.
      In de praktijk is er dus geen enkele nieuwe beperking van toepassing op levende varkens, varkensvlees en producten op basis van varkensvlees.
    • Voor intracommunautair handelsverkeer:
      voor varkensvlees en producten op basis van varkensvlees (van varkens afkomstig uit deze zone): Er zijn geen specifieke wettelijke restricties van toepassing.
      voor de levende varkens: Verbod op verzending naar andere lidstaten, behalve indien een afwijking mogelijk is en mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
      – de verhandelde varkens verbleven gedurende minstens 30 dagen of sinds hun geboorte op het bedrijf;
      – het bedrijf van herkomst voldoet aan de bioveiligheidsmaatregelen inzake AVP ;
      – binnen de 15 dagen voorafgaand aan hun vertrek ondergaan de verhandelde varkens een AVP-laboratoriumtest die negatief moet zijn. Op de dag van het vertrek voert de officiële dierenarts een klinisch onderzoek uit dat gunstig moet zijn;
      – 2 keer per jaar, met een interval van minstens 4 maanden, moet de bevoegde veterinaire autoriteit een officiële controle uitvoeren.
    • Voor export naar derde landen van varkensvlees en producten op basis van varkensvlees:
      De exportmogelijkheden hangen af van de vastgelegde voorwaarden door het betreffende derde land.

Bron: FAVV – 23 november 2018

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *