Geen PED meer in Belgische zeugenstapel

Voor het tweede jaar op rij detecteerde Veepeiler Varken geen antistoffen tegen Porciene Epidemische Diarree (PED) meer in de Belgische zeugenstapel. Reden genoeg om waakzaam te blijven, want zonder antistoffen is onze varkensstapel namelijk niet meer beschermd tegen het virus.

Na het verdwijnen van Porciene Epidemische Diarree (PED) in België in de jaren ‘90 werd PED voor het eerst terug vastgesteld in Noord-Amerika in 2013. Gezien het virus bij ons ook al zo lang niet meer was vastgesteld, rees al snel de vraag of de Belgische varkenspopulatie er nog tegen beschermd zou zijn.

Om antwoord te kunnen geven op deze vraag onderzocht Veepeiler in 2014 bijna 500 bloedmonsters van zeugen geselecteerd op meer dan 90 bedrijven verspreid over geheel België. Deze analyse leerde dat er geen antistoffen meer circuleerden en dat we bijgevolg over een gevoelige populatie beschikten.

Al snel werden de gevolgen van de negatieve populatie zichtbaar want in 2015 werd voor het eerst PED gevonden in monsters van diarree of verdachte darminhoud. De serologische screening op de bloedmonsters van zeugen die dat jaar eveneens herhaald werd, bevestigde de insleep van PED in de Belgische varkensstapel. Op 57 procent van de onderzochte bedrijven werden antistoffen tegen het virus aangetroffen. De symptomen waren, net als in de ons omringende landen, weliswaar steeds zeer mild.

De aanwezigheid van het virus in België bleek gelukkig van korte duur. In de screening die werd uitgevoerd in de twee daarop volgende jaren werden op nog slechts 10 procent van de onderzochte bedrijven antistoffen teruggevonden. Vorig jaar en dit jaar werden zelfs geen antistoffen meer gedetecteerd.

Het virus heeft onze varkenspopulatie nu opnieuw verlaten en we zijn terug geëvolueerd naar een gevoelige varkensstapel. Omdat er geen specifieke behandeling mogelijk is zijn preventieve bioveiligheidsmaatregelen cruciaal.

Ter herinnering

Het voornaamste symptoom van PED is een waterige diarree die bij verschillende leeftijden kan voorkomen. Het aantal dieren dat ziek wordt en het sterftepercentage kunnen sterk variëren. De tijd tussen de besmetting en het moment dat de symptomen zichtbaar zijn ligt tussen de één en vijf dagen. Vooral bij de agressieve stammen kan de impact enorm zijn. Bij zuigende biggen kan de sterfte oplopen tot meer dan 80 procent. Bij gespeende biggen en vleesvarkens schommelt het sterftepercentage tussen 1 en 5 procent maar zal er eveneens verlies zijn door dalende groei. Vleesvarkens die de ziekte doormaken, herstellen doorgaans na 7 tot 10 dagen.

Bron: naar Charlotte Brossé, dierenarts DGZ – 27 september 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: