Geen specifieke adaptatiemaatregelen voor fokgelten op ruim 40% van de bedrijven

Gelten aangevoerd op een varkensbedrijf worden gemiddeld gevaccineerd tegen 7 ziektekiemen. Op 43 procent van de ondervraagde varkensbedrijven worden verder echter geen adaptatiemaatregelen toegepast. Dat blijkt uit een bevraging van het Team Varkensgezondheidszorg van de Vakgroep Voortplanting, Verloskunde en Bedrijfsdiergeneeskunde van de Faculteit Diergeneeskunde (UGent) in samenwerking met Veepeiler.

Drieledige enquête

68 veehouders namen deel aan de bevraging. De bedrijfsgrootte bedroeg gemiddeld 467 zeugen (mediaan 300, min. 85, max. 2.500 zeugen). De bedrijven werkten met verschillende wekensystemen namelijk 1-week (14 %), 2-week (6 %), 3-week (31 %), 4-week (37 %) en 5-week (12 %).

De enquête werd opgesteld in drie grote onderdelen namelijk: aankoopbeleid, quarantaine en adaptatiemaatregelen. Hierbij de resultaten aangaande de adaptatie.

Adaptatiemaatregelen

  • Op alle bedrijven werden de gelten gevaccineerd. De gelten werden gemiddeld gevaccineerd tegen 7 ziektekiemen (min. 2 – max. 12 ziektekiemen). De voornaamste ziektekiemen waartegen gevaccineerd werd waren Parvovirus (96%), vlekziekte (94%) en PRRSV (87%).
  • Verder werd een onderscheid gemaakt tussen verschillende vaccinatiestrategieën. Als alle ziektes (12 ziektes) op alle bedrijven (68 bedrijven) in beschouwing genomen worden, dan zijn dit de resultaten: geen vaccinatie (40%), één vaccinatie op bedrijf van herkomst (4%), meer dan één vaccinatie op bedrijf van herkomst (8%), één vaccinatie op het bedrijf zelf (in quarantaine of tijdens opfok) (8%), meer dan één vaccinatie op het bedrijf zelf (in quarantaine of tijdens opfok) (34%), combinatie van vaccinaties op het bedrijf van herkomst en het bedrijf zelf (7%) en vaccinatie maar geen verdere details gegeven (2%).
  • De meest gebruikte adaptatiemethode was het geven van mest van biggen in de kraamstal aan de fokgelten (18%), gevolgd door het huisvesten van reforme zeugen in de quarantainestal (16%). Op 31 procent van de bedrijven werden andere maatregelen dan voorgesteld gebruikt nl. mest van zeugen geven, en jutezakken uit de kraamstal of biggenbatterij geven.
  • Op 43 procent van de bedrijven werden geen adaptatiemaatregelen toegepast bij de fokgelten.
  • Slechts op 16 procent van de bedrijven werden de gelten in quarantaine getest op de aanwezigheid van Brachyspira hyodysenteriae (dysenterie) en/of andere ziektes.
  • Gelten werden voornamelijk in groep gehouden (82%). De mediaan van de bezettingsdichtheid in groep was 1 m² (min. 0,75 – max. 5 m²).
  • Op de meeste bedrijven werden gelten ad libitum gevoederd (66%) met een speciaal opfokvoeder (74%).

Voor een overzicht van de antwoorden klik TABEL RESULTATEN ADAPTATIE

Bron: naar Elise Bernaerdt in Varkensbedrijf editie België juli 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: