Gevolgen ‘Zomerakkoord’ ook belangrijk voor varkensbedrijven

In het zomerakkoord van 2017 heeft de federale regering beslist om de vennootschapsbelasting te hervormen en om een aantal fiscale voordelen voor zelfstandigen te verhogen. Enkele onderdelen van dit akkoord zijn ook van belang voor varkensbedrijven.

De belangrijkste voordelen zijn voorbehouden voor bedrijven die belast worden in de vennootschapsbelasting of volgens boekhouding. Slechts een beperkt aantal maatregelen heeft effect op bedrijven die forfaitair worden belast.

Voordelen voor alle bedrijven

De stopzettingsmeerwaarde voor bedrijven voor personen die belast worden in de personenbelasting zakt naar 10 procent wanneer de stopzetting hetzij gedwongen (overlijden, onteigening, enz.) of vanaf de leeftijd van 60 jaar is. Dus als je bijvoorbeeld je gebouwen en je productierechten verkoopt na je 60ste dan betaal je 10 procent belastingen op de meerwaarde. In vele gevallen is de meerwaarde het hele verkoopbedrag omdat de activa die men verkoopt veelal afgeschreven zijn.

Hogere investeringsaftrek vanaf 2018

Tot 2017 konden land- en tuinbouwbedrijven genieten van een investeringsaftrek van 8 procent. Deze investeringsaftrek is tijdelijk verhoogd naar 20 procent vanaf 2018.

Een bedrijf dat niet forfaitair belast wordt en een investering doet kan vandaag 20 procent van de aankoopprijs aftrekken van het belastbaar inkomen. Voor een landbouwbedrijf in de personenbelasting kan dit een belastingbesparing geven tot 50 procent. Voor een vennootschap die belast wordt in de vennootschapsbelasting kan dit een belastingbesparing geven tot 29,58 procent. Indien er in het jaar van de investering geen of onvoldoende belastbaar inkomen is, dan kan het onbenutte gedeelte van de investeringsaftrek worden overgedragen naar het volgend belastbaar jaar.

Een vennootschap kan zowel investeringsaftrek van 20 procent als VLIF-steun van 15 of 30 procent genieten. Voor forfaitairbelaste bedrijven blijft wel de investeringsaftrek van 13,5 procent bestaan voor energiebesparende maatregelen, maar deze steun is wegens fiscale redenen niet combineerbaar met de VLIF-steun. Aangezien de VLIF-steun normaliter – met 15 of 30 procent – hoger is dan de investeringsaftrek van 13,5 procent voor energiebesparende maatregelen, wordt deze premie op forfaitairbelaste bedrijven zelden aangevraagd.

Wordt uw vennootschapswinst belast aan 29,58 of aan 20,4 procent vanaf 2018?

De federale regering heeft ook een akkoord bereikt om de vennootschapsbelasting te hervormen. Vanaf 2018 zal de vennootschapsbelasting dalen van 33,99 naar 29,58 of zelfs 20,4 procent voor vele vennootschappen in land- en tuinbouw. Dit verlaagd tarief geldt dus niet voor een fiscaal transparante landbouwvennootschap (LV) want die worden niet in de vennootschapsbelastingen getaxeerd maar wel in de personenbelasting.

Volgende vennootschappen zullen belast worden aan het basistarief van 29,85 procent:

  • grote vennootschappen (op basis van balanstotaal, omzet, personeel);
  • dochtervennootschappen;
  • financiële vennootschappen;
  • vennootschappen die geen minimale bezoldiging van 45.000 euro uitkeren aan minstens één bedrijfsleider.

Dit soort vennootschappen treffen we echter weinig aan in de land- en tuinbouwsector. Enkel die laatste voorwaarde stelt mogelijks problemen. Vanaf 2018 is de minimale bedrijfsleidersbezoldiging verhoogd naar 45.000 euro als één van de voorwaarden voor het verlaagd tarief van 20,4 procent.

Hierop zijn echter uitzonderingen.

  • Uitzondering 1: indien de belastbare winst lager is dan 90.000 euro, moet de minimale bedrijfsleidersbezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap (dus na aftrek van de bezoldigingskosten).
  • Uitzondering 2: startende vennootschappen gedurende hun eerste 4 boekjaren (d.i. een vennootschap die sinds minder dan 4 jaar is opgericht. Opgelet, indien de vennootschap de activiteit van een andere vennootschap of zelfstandige verderzet, dan moet de termijn van 4 jaar beoordeeld worden t.a.v. de startdatum van de andere vennootschap of zelfstandige. M.a.w. het is een startende vennootschap in dezelfde zin als voor de toepassing van de belastingvermindering tax shelter.

Opgelet, enkel de eerste schijf van 100.000 euro winst zal belastbaar zijn aan 20,4 procent. De winst boven 100.000 euro zal worden belast aan 29,58 procent (of 25 procent vanaf 2020).

Bron: Gregory Henin & Jacky Swennen – SBB Accountants & Adviseurs in Varkensbedrijf april 2018
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *