Oostenrijks EU-voorzitterschap ziet enkel heil in plattelandsbeleid

Tijdens de Informele raad van ministers van Landbouw op 25 september in het Oostenrijks kasteel Schloss Hof gehouden stelde de Oostenrijkse minister van Duurzaamheid en Toerisme – dat is inderdaad de titel daar van de landbouwminister -, Elisabeth Köstinger, zoals verwacht het zwaar gesubsidieerde Oostenrijks plattelandsmodel tot voorbeeld voor de landbouw in de EU.

Thema van de Informele Raad was dan ook ‘A Europe that protects’. Europa moet dus het platteland beschermen. “Dit is ook belangrijk voor andere EU-landen, onder meer om jongeren aan het werk te houden op het platteland, dat ze dreigen te ontvluchten”, aldus de Oostenrijkse landbouwminister.

Advertising

De dagen voordien had ze met fierheid haar Europese collega-ministers en de pers meegevoerd langs enkele typische toeristische landbouwprojecten (een roomijshoeve en een geitenhoeve) en ze benadrukte dat deze projecten zonder EU-steun niet mogelijk waren.

Niet toevallig heeft Oostenrijk de hoogst gesubsidieerde landbouw van de EU en het is ook niet denkbaar de landbouw overal in de EU zo te subsidiëren, temeer dat precies de onenigheid over het budget het vastleggen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2020 verhindert.

De Europese Commissie stelt, wegens de Brexit, een budgetverlaging voor maar heel wat landen verzetten zicht tegen een vermindering. De Oostenrijkse landbouwminister wil dat zeker de tweede pijler, het plattelandsbeleid, niet moet inboeten en liefst versterkt wordt. Daartegenover wil de Oostenrijkse minister van financiën zeker geen verhoging van het EU-budget.

Tijdens de Informele Raad mocht ook de Belgische voorzitter van de jongerenorganisatie CEJA, Jannes Maes zijn zeg doen. Hij zei dat de plattelandsvlucht van jongeren inderdaad in een aantal landen een probleem is en benadrukte dat de voorziene 2 procent voor jongeren in de nationale enveloppes daarvoor niet volstaat. Varkensbedrijf sprak ook met de voorzitter van de Oostenrijkse Landbouwkamer en COPA-ondervoorzitter Franz Reisecker. Hij verdedigde de stelling van COPA dat een competitieve Europese landbouw wenst, dat veilig kwaliteitsvoedsel produceert, het leefmilieu beschermt en rekening houdt met de klimaatverandering en dierenwelzijn. Daarvoor is geld nodig en een vermindering van het budget is dus uit den boze.

COPA-COGECA pleit ook voor flexibiliteit inzake nationale enveloppes en vereenvoudiging. Wat het debat over natuur-, dieren- en plantenbescherming betreft benadrukte hij dat de emotionele benadering plaats moet maken voor de wetenschappelijke benadering, willen wij onze competitiviteit behouden.

Tijdens de persconferentie na de Informele Raad benadrukte raadvoorzitster Elisabeth Köstinger nog maar eens het Oostenrijkse standpunt, al had ze het wel even moeilijk met het budgetdilemma in de Oostenrijkse regering. Landbouwcommissaris Phil Hogan zwaaide het Oostenrijks voorzitterschap lof toe maar maakte heel vriendelijk duidelijk dat we met lokale landbouwprojecten en plattelandsbeleid de wereld in 2050 niet gaan voeden.

Hoewel het niet op de agenda stond kwam ook de Afrikaanse varkenspest in Luxemburg aan bod. Vooral buitenlandse journalisten zochten bij federaal landbouwminister Dennis Ducarme naar sensationele uitspraken. Phil Hogan van zijn kant loofde de Belgische aanpak.

Bron: Jef Verhaeren voor Rekad Uitgeverij.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *